broeierig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • broei·e·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen broeierig broeieriger broeierigst
verbogen broeierige broeierigere broeierigste
partitief broeierigs broeierigers -

Bijvoeglijk naamwoord

broeierig [1]

  1. drukkend, verstikkend, benauwd heet bijv. vlak voordat onweer optreedt
  2. erotisch, zwoel, wellustig, wulps
    • Bij tangodansen is men welhaast verplicht om broeierige blikken te werpen! 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen