broeierig
Uiterlijk
- broei·e·rig
- Naamwoord van handeling van broeien met het achtervoegsel -erig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | broeierig | broeieriger | broeierigst |
| verbogen | broeierige | broeierigere | broeierigste |
| partitief | broeierigs | broeierigers | - |
broeierig [1]
- drukkend, verstikkend, benauwd heet bijv. vlak voordat onweer ptreedt
- ▸ Voorafgaand aan deze buien uit wordt het morgen eerst nog broeierig warm. De temperatuur loopt op naar 25 tot 33 graden. In de loop van de dag trekken de zware onweersbuien vervolgens vanuit het zuiden over het land.[2]
- erotisch, zwoel, wellustig, wulps
- Bij tangodansen is men welhaast verplicht om broeierige blikken te werpen!
- (psychologie)wat droevig, depressief of gepijnigd
- ▸ Nog zo'n typerende zwart-wit-foto is een groepsportret van een stel muzikanten uit Assen. Samen stonden ze bekend als de Showboot, een soort revuegezelschap waarmee ze langs feestzalen gingen. Harry Muskee staat in het midden in zwart kostuum. Hij heeft een grote bas voor zich, de handen op de snaren. Hij kijkt broeierig, hij heeft de blues. Het was op de drempel van de sixties.[3]
- Het woord broeierig staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "broeierig" herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 96 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Weblink bron “Morgen code oranje in oosten en zuidoosten: zware hagel en onweer verwacht” (8 juli 2023), NOS - ↑
Weblink bron “Window of my eyes: Harry Muskee en de verloren tijd” (zaterdag 16 januari 2016, 13:44), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -erig in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Psychologie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 97 %
- Prevalentie Vlaanderen 96 %