breach

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Middelengelse breche.
enkelvoud meervoud
breach breaches

Zelfstandig naamwoord

breach

  1. inbreuk
  2. schending
vervoeging
onbepaalde wijs to breach
he/she/it breaches
verleden tijd breached
voltooid
deelwoord
breached
onvoltooid
deelwoord
breaching
gebiedende wijs breach

Werkwoord

breach

  1. doorbreken