branieschopper

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bra·nie·schop·per
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van branie en de stam van schoppen met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord branieschopper branieschoppers
verkleinwoord branieschoppertje branieschoppertjes

Zelfstandig naamwoord

branieschopper m

  1. (pejoratief) een druktemaker, een herrieschopper
    • Ja, dat is inderdaad een branieschopper, die jongen... 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders
71 % van de Vlamingen.