brandtrap

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • brand·trap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord brandtrap brandtrappen
verkleinwoord brandtrapje brandtrapjes

Zelfstandig naamwoord

brandtrap m

  1. een trap die gebruikt kan worden in geval van nood als de gewone trappen en liften niet meer bruikbaar zijn
    • Je moet de brandtrap altijd vrijhouden. 
    • Via de nooduitgang kom je bij de brandtrap. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be