bouwtrant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Schuur in ambachtelijk-traditionele bouwtrant
Uitspraak
Woordafbreking
  • bouw·trant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bouwtrant bouwtranten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bouwtrant m [1]

  1. manier van bouwen
     Rijke opdrachtgevers - ook de directeuren van Hirsch & Cie. - voelden zich vaak meer thuis bij de imposante architectuur van het verleden en lieten zich daarom graag bedienen in deze bouwtrant, die in vakkringen bekend stond als 'stijl van het kapitaal'.[2]
     Vanaf begin zeventiende eeuw verandert er wel meer: voortaan „overheersen in de Hollandse steden al snel de in klassieke bouwtrant opgetrokken kerken, waarmee de herinneringen aan de gotiek al snel naar de achtergrond werden verdrongen.”[3]
Synoniemen


Gangbaarheid

70 % van de Nederlanders;
60 % van de Vlamingen.


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron “Stadsgezichten: Modewarenhuis Hirsch & Cie” (5 januari 2012), Het Parool
  3. Bronlink Weblink bron Wim Hulsman “Een klassieke toren kan niet” (08-07-2015), Reformatorisch Dagblad