bouwsector

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bouw·sec·tor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bouwsector bouwsectoren
bouwsectors
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bouwsector m

  1. (economie) economische sector of bedrijfstak die zich bezighoudt met het produceren van woningen en andere bouwwerken

Meer informatie

Gangbaarheid