boka

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ka
Naar frequentie 1790

Zelfstandig naamwoord

boka, v

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van bok
Synoniemen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ka

Werkwoord

boka

  1. onbepaalde wijs, tweede vorm naast boke, zie aldaar

Zelfstandig naamwoord

boka, v

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van bok


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ka
stamtijd
infinitief verleden
tijd
supinum
boka
bokade
bokat
volledig

Werkwoord

boka

  1. reserveren