boerenpummel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boe·ren·pum·mel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boerenpummel boerenpummels
verkleinwoord boerenpummeltje boerenpummeltjes

Zelfstandig naamwoord

boerenpummel m

  1. (scheldwoord) (pejoratief) lomperd, nog lomper dan een gewone pummel

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be