boelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boe·len
Woordherkomst en -opbouw
  •  boel zn  met de uitgang -en

Zelfstandig naamwoord

boelen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord boel

Gangbaarheid

37 % van de Nederlanders;
44 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be