Naar inhoud springen

blaren

Uit WikiWoordenboek
  • bla·ren

deblarenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord blaar
     We zullen op de blaren moeten zitten.[2]
     En al die tijd hadden die schoenen me blaren en schrale voeten bezorgd en ervoor gezorgd dat vier van mijn teennagels zwart waren geworden en op pijnlijke wijze hadden losgelaten.[3]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
blaren
blaarde
geblaard
zwak -d volledig

blaren

  1. inergatief onwelluidend zijn stem verheffen
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[4]
  1. blaren op website: Etymologiebank.nl
  2. Jessie Burton
    “De bekentenis” (2020), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586295
  3. Cheryl Strayed
    “Wild : over jezelf verliezen, terugvinden & 1700 kilometer hiken” (2012), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021803555
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be