bladeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bla·de·ren
klaveren ruiten harten schoppen
Bay eichel.svg Bay schellen.svg Bay herz.svg Bay gras.svg
eikels bellen harten bladeren
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van blad met het achtervoegsel -eren

Zelfstandig naamwoord

bladeren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord blad
  2. (kaartspel) een van de vier Duitse kleuren in het kaartspel
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bladeren
bladerde
gebladerd
zwak -d volledig

Werkwoord

bladeren

  1. vluchtig een boek, blad of webstek doorkijken
    - Ze bladerde door het WikiWoordenboek.
    - Deze meneer zat de krant te lezen, althans probeerde het, maar de wind wilde op zijn eigen manier door het nieuws bladeren', greep de linkerbovenkant en veranderde die in een bundel ordeloos fladderend papier. De eigenaar gaf geen krimp, trok op een bovenbeen de rommel recht en probeerde weer te lezen. Een gevecht tussen mens en natuurkrachten, altijd weer een boeiend schouwspel.[1]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

  • S. Montag NRC 21 mei 2016