bist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bist

Werkwoord

vervoeging van
bissen

bist

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bissen
    • Jij bist. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bissen
    • Hij bist. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van bissen
    • Bist! 


Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • bist

Werkwoord

bist

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van sein: bent