biotoop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bio·toop
Woordherkomst en -opbouw
  • met het voorvoegsel bio- en met het achtervoegsel -toop
enkelvoud meervoud
naamwoord biotoop biotopen
verkleinwoord biotoopje biotoopjes

Zelfstandig naamwoord

biotoop m

  1. een gebied met een uniform landschapstype waarin bepaalde organismen kunnen gedijen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be