Naar inhoud springen

billen

Uit WikiWoordenboek
  • bil·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
billen
bilde
gebild
zwak -d volledig

billen

  1. overgankelijk, (molenaarsambacht) het aanscherpen van de groeven in de molenstenen
    • De stenen moeten gebild worden en dat is een tijdrovend karwei. 

debillenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bil
     'Ik dacht aan Dolcis, aan hoe hard Cynth en ik daar moesten werken; aan hoe mannen naar onze billen keken, terwijl hun vrouwen schoenen pasten.[2]
     Een vrouw ligt op haar buik op koud beton, haar rok omhooggetrokken, de lijnen van haar billen zichtbaar.[3]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
  1. billen op website: Etymologiebank.nl
  2. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  3. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be


  • bil·len

billen, g

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van bille
  • bil·len

billen, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van bille