bille

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bil·le

Werkwoord

vervoeging van
billen

bille

  1. aanvoegende wijs van billen


Deens

  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   bille     billen     biller     billerne  
genitief   billes     billens     billers     billernes  

Zelfstandig naamwoord

bille g

  1. (dierkunde), (insecten) kever
Bille (skovskarnbasse)
Hyponiemen
Hyperoniemen


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  bille     le bille     billes     les billes  
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

bille v

  1. houtblok
  2. knikker
  3. biljartbal
  4. (spreektaal) idioot, domkop
    «J’suis passé pour une bille quand le prof m’a envoyé au tableau.»
    Ik stond voor schut, toen de leraar me naar het bord riep. [1]
  5. (spreektaal) bek, bakkes, kop
    «Il a une bille de billard.»
    Hij heeft een kale knikker [1]
  6. (spreektaal) oog
    «On a roulé des billes quand le Père Noël est entré en pyjama.»
    We stonden raar te kijken (letterlijk: rolden met de ogen) toen de kerstman binnenkwam in pyjama. [1]
Uitdrukkingen en gezegden
  • [2] jouer aux billes
    • knikkeren
  • [2] reprendre ses billes
    • zich terugtrekken
  • [2] stylo à bille
    • balpen

Verwijzingen