bijouterie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bi·jou·te·rie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bijouterie bijouterieën
verkleinwoord bijouterietje bijouterietjes

Zelfstandig naamwoord

bijouterie v

  1. sieradenwinkel (plaats waar de sieraden worden verkocht)
  2. sieraad
  3. sieradenwerkplaats, (werkplaats waar de sieraden worden gemaakt)
Vertalingen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen