bevaarbaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vaar·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bevaarbaar bevaarbaarder bevaarbaarst
verbogen bevaarbare bevaarbaardere bevaarbaarste
partitief bevaarbaars bevaarbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

bevaarbaar

  1. breed, diep en stromingsarm genoeg om bevaren te worden
    • Veel rivieren in Europa zijn met allerlei aanpassingen, zoals de aanleg van sluizen, bevaarbaarder gemaakt. 
Vertalingen

Gangbaarheid