beulswerk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beuls·werk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beulswerk beulswerken
verkleinwoord beulswerkje beulswerkjes

Zelfstandig naamwoord

beulswerk o

  1. het werk van een beul
  2. buitengewoon afmattend werk

Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders;
74 % van de Vlamingen.