betaaltermijn
Uiterlijk
- Geluid: betaaltermijn (hulp, bestand)
- IPA: / bə'taltɛrmɛɪn / (5 lettergrepen)
- be·taal·ter·mijn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | betaaltermijn | betaaltermijnen |
| verkleinwoord |
de betaaltermijn m
- (tijdrekening) (economie) de tijd die men heeft om een rekening te betalen
- ▸ Grote bedrijven moeten hun leveranciers in het midden- en kleinbedrijf (mkb) sneller gaan betalen. Staatssecretaris Keijzer (Economische Zaken) en minister Dekker (Rechtsbescherming) willen de wettelijke betaaltermijn verkorten van zestig naar dertig dagen.[2]
- ▸ "We moeten na de kerstvakantie verder zien. Als het een strenge winter wordt, staan we alsnog te kijken. We hebben in de bouw bovendien te maken met een betaaltermijn van 60 dagen", zegt De Rijk. "In januari en februari merk je dus pas écht dat het geld niet binnenkomt."[3]
- Het woord betaaltermijn staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Weblink bron “Kabinet: grote bedrijven moeten hun leveranciers binnen dertig dagen betalen” (Maandag 8 juni 2020, 20:16), NOS - ↑
Weblink bron “Ondernemers matig positief over hogere PFAS-norm, bouwers beklagen 'verloren jaar'” (Vrijdag 29 november 2019, 13:01), NOS
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 13
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 5 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Tijdrekening in het Nederlands
- Economie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal