besvær

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·svær
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Duitse zelfstandige naamwoord Beschwer met het voorvoegsel be-
Naar frequentie 12900

Werkwoord

besvær

  1. onvoltooid deelwoord van besvære
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   besvær     besværet     besvær     besværa
besværene  
genitief   besværs     besværets     besværs     besværas
besværenes  

Zelfstandig naamwoord

besvær o

  1. last, moeite, ongerief
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Zelfstandig naamwoord

besvær, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van besvær