bergpad

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bergpad

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • berg·pad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bergpad bergpaden
verkleinwoord bergpadje bergpadjes

Zelfstandig naamwoord

bergpad o

  1. wandelpad in de bergen, dikwijls gemarkeerd met rood-wit-rood wegwijzers
  2. pad naar een bergpas of bergtop

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.