bergachtig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • berg·ach·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bergachtig bergachtiger bergachtigst
verbogen bergachtige bergachtigere bergachtigste
partitief bergachtigs bergachtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

bergachtig

  1. met bergen
    • In Zwitserland zijn veel bergachtige streken 
     Opgelucht trok ik de volgende ochtend de moteldeur achter me dicht, de frisse lucht in, met mijn rugzak vol eten voor de komende zes dagen. Het terrein werd bergachtiger en de trail steeds steiler.[1]
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be