benieuwen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·nieu·wen
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van nieuw met het voorvoegsel be- en met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
benieuwen
benieuwde
benieuwd
zwak -d volledig

Werkwoord

benieuwen

  1. onpersoonlijk nieuwsgierigheid opwekken
    • Het benieuwde hem enorm wat er in Iran aan het gebeuren was. 
  2. het zal mij benieuwen: ik wil heel graag weten, ik ben heen nieuwsgierig

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.