benaming

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·na·ming
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van naam met het voorvoegsel be- en met het achtervoegsel -ing.
enkelvoud meervoud
naamwoord benaming benamingen
verkleinwoord benaminkje benaminkjes

Zelfstandig naamwoord

benaming v

  1. een naam die aan iets of iemand gegeven wordt
    • Deze benaming is niet erg goed gekozen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.