belief

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·lief

Werkwoord

vervoeging van
believen

belief

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van believen
    • Ik belief. 
  2. gebiedende wijs van believen
    • Belief! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van believen
    • Belief je? [1]


Verwijzingen


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
belief -

Zelfstandig naamwoord

belief

  1. geloof
Verwante begrippen