belangeloosheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·lan·ge·loos·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord belangeloosheid
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

belangeloosheid v

  1. het belangeloos zijn
    • De belangeloosheid van de wetenschapper moet gewaarborgd zijn want anders kun je gekleurde uitkomsten van een onderzoek verwachten. 
Synoniemen
  1. onafhankelijkheid

Gangbaarheid