bekabelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ka·be·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van kabel met het voorvoegsel be-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bekabelen
bekabelde
bekabeld
zwak -d volledig

Werkwoord

bekabelen

  1. (overgankelijk) van kabels voorzien
    Het bekabelen is een werk voor vakmensen.
Vertalingen