bekabelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ka·be·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van kabel met het voorvoegsel be-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bekabelen
bekabelde
bekabeld
zwak -d volledig

Werkwoord

bekabelen

  1. overgankelijk van kabels voorzien
    • Het bekabelen is een werk voor vakmensen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be