behoudzucht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·houd·zucht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord behoudzucht
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

behoudzucht v / m [1]

  1. de neiging of dwang om alles onveranderlijk te laten
Synoniemen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders
89 % van de Vlamingen.

Verwijzingen