behelpen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·hel·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
behelpen
behielp
beholpen
klasse 3 volledig

Werkwoord

behelpen

  1. wederkerend zich ~: een provisorische oplossing bedenken voor een probleem dat men heeft bij gebrek aan middelen
    • Wie nog geen familienaam had en niet door zijn beroep of bijnaam werd aangeduid, behielp zich met zijn uithangbord of gevelsteen. 
    • Op de natuurcamping moet je je maar behelpen met eenvoudige middelen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.