begoocheling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·goo·che·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord begoocheling begoochelingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

begoocheling v

  1. het iemand in een waan brengen
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.