begeven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
zich naar de bruiloft begeven [1]

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ge·ven
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van geven met het voorvoegsel be-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
begeven
begaf
begeven
klasse 5 volledig

Werkwoord

begeven

  1. (wederkerend) zich ~: ergens heen gaan vaak op een plechtige of feestelijke manier
    Zij begaven zich naar de abdij van Westminster.
  2. (absoluut) het ~: niet langer aan de druk weerstand kunnen bieden
    Een van de tentpalen begaf het en de tent stortte gedeeltelijk ineen.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van begeven: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs)

Werkwoord

vervoeging van
begeven

begeven

  1. voltooid deelwoord van begeven

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.