begeven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
zich naar de bruiloft begeven [1]

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ge·ven
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
begeven


begaf


begeven


klasse 5 volledig

Werkwoord

begeven

  1. (wederkerend) zich ~: ergens heen gaan vaak op een plechtige of feestelijke manier
    Zij begaven zich naar de abdij van Westminster.
  2. (absoluut) het ~: niet langer aan de druk weerstand kunnen bieden
    Een van de tentpalen begaf het en de tent stortte gedeeltelijk ineen.

Werkwoord

vervoeging van
begeven

begeven

  1. voltooid deelwoord van begeven