basista

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Italiaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·si·sta

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
mannelijk basista basisti
vrouwelijk basista basiste

basista m/v

  1. (misdaad), (persoon) iemand die informatie verzamelt en levert voor een misdaad waaraan hij zelf geen deel neemt