bakzeil

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bak·zeil
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bakzeil
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bakzeil o

  1. een zeil dat aan bakboord gevoerd wordt, en dat de schipper verplicht voorrang te verlenen
    • Hij moest bakzeil halen. 
    «Hij zag zich gedwongen (toch) de tegenpartij voor te laten gaan»
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Bakzeil halen
moeten toegeven

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie