bakstafel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

bakstafel
Uitspraak
Woordafbreking
  • baks·ta·fel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bakstafel bakstafels
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bakstafel v/m [1]

  1. (scheepvaart) tafel waaraan de leden van één bak de maaltijd kunnen gebruiken

Gangbaarheid

18 % van de Nederlanders;
22 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen