avontuurlijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • avon·tuur·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen avontuurlijk avontuurlijker avontuurlijkst
verbogen avontuurlijke avontuurlijkere avontuurlijkste
partitief avontuurlijks avontuurlijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

avontuurlijk

  1. graag avonturen willend
    Jij bent echt een avontuurlijk persoon!
  2. veel onverwachte en spannende situaties opleverend
    Dit is wel een heel avontuurlijke onderneming geworden ...
    Deze geheel verzorgde vakantie kun je moeilijk avontuurlijk noemen.