avenue

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

De Champs-Élysées een avenue in Parijs
Uitspraak
Woordafbreking
  • ave·nue
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘laan’ voor het eerst aangetroffen in 1591 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord avenue avenues
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

avenue v/m

  1. brede laan met aanweerszijden een of meer bomenrijen in een grote stad
    • Het Lange Voorhout is een van de bekendste avenues van Nederland. 
Synoniemen
  1. laan, allee, boulevard

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen