autoraam

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

ijs van een autoraam afkrabben
Uitspraak
Woordafbreking
  • au·to·raam
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord autoraam autoramen
verkleinwoord autoraampje autoraampjes

Zelfstandig naamwoord

autoraam o

  1. een van de ramen van een auto
    • „Er gaat een verhaal de ronde dat ze tijdens een avondwandeling in Londen Charles’ auto zag staan bij de flat van een goede vriend. Ze heeft toen met lippenstift een boodschap voor hem op zijn autoraam geschreven. Dus toen ze even daarna bij Charles geïntroduceerd werd, vond hij haar erg speciaal.”[1] 
    • Een 18-jarige man uit het Canadese Newfoundland wordt verdacht van mishandeling nadat hij vanuit een autoraam een voorbijganger bekogelde met een stuk pizza.[2] 
    • Karaty gaat Laura en Ann-Sophie helpen in de race, maar geeft toe dat hij nog nooit eerder heeft gelift. "Ik heb veel mensen gesproken om tips te vragen over hoe je het beste een auto laat stoppen en wat je het beste kunt vragen als het autoraampje naar beneden gaat. Op basis van de ervaringen hier zullen we een goed plan bedenken dat werkt."[3] 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Telegraaf 3 oktober 2017
  2. de Telegraaf 13 juli 2017
  3. de Telegraaf 3 april 2017