arre

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·re
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord arre
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

arre v

  1. aambeeld waarop men een zeis kan scherp kloppen
Synoniemen

Gangbaarheid

53 % van de Nederlanders;
45 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen