aquagym

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

aquagym
Uitspraak
Woordafbreking
  • aqua·gym
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aquagym
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

aquagym v

  1. (sport) fitness (voor ouderen) in het water
     Een 93-jarige vrouw is onlangs in de Amerikaanse staat Missouri met haar auto in het zwembad beland, terwijl daar een les aquagym werd gegeven.[1]
     „Achttien sportverenigingen en fitnesscentra bieden gratis ruim vijftig proeflessen aan voor iedereen boven de 66 jaar. Dat varieert van heel rustig wandelen tot langzame yoga of aquagym. En voor de wat fanatiekere oudere is er bijvoorbeeld voetbal of badminton. Ook voor mensen die revalideren na een ziekte zijn er speciale uren. Er is echt voor iedereen wel een proefles te vinden die bij hem of haar past.”[2]
     Bovendien zijn de activiteiten in De Vijf Heuvels het best samen te vatten met de term ‘voor elk wat wils’: van babyzwemmen tot medisch zwemmen, van zwemlessen tot waterpolo en van aquagym voor 60-plussers tot mogelijkheden voor vrij zwemmen.[3]

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 20 oktober 2021 Weblink bron “Amerikaanse (93) belandt met auto in zwembad op weg naar aquagym” (21 jun. 2019), Tubantia
  2. Bronlink geraadpleegd op 20 oktober 2021 Weblink bron Marga Wind “Proeflessen yoga of aquagym om Hellendoornse senioren in beweging te krijgen” (01-10-2021), Tubantia
  3. Bronlink geraadpleegd op 20 oktober 2021 Weblink bron Harry Gerritsma “Zwembad De Vijf Heuvels draait goed: ‘Onze kracht? Een uitstekend team’” (19-12-2019), Tubantia