apsis

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ap·sis
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Latijn [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord apsis apsissen
verkleinwoord apsisje apsisjes

Zelfstandig naamwoord

apsis v

  1. een uitbouw die het koor van een kerk afsluit
    • Ik kon het woord "apsis" echt niet terugvinden in het woordenboek, mevrouw. 

Gangbaarheid

36 % van de Nederlanders
49 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl