apparatsjik

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ap·pa·rat·sjik
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Russisch, "agent van het apparaat". In de betekenis van ‘bureaucraat’ voor het eerst aangetroffen in 1984 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord apparatsjik apparatsjiks
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

apparatsjik m

  1. (beroep), (politiek) iemand die ten tijde van het Sovjet-tijdperk werkte bij de Communistische Partij op Wikipedia (nl) of de Russische overheid
    • Michail Gorbatsjov was een brave communistische apparatsjik.[3] 
  2. (beroep), (figuurlijk), (pejoratief) ambtenaar die door zijn bureaucratische werkwijze onnodige barrières opwerpt
    • En als het onheil niet uit Kansas komt, is er wel een Chinese kredietindicator opgesteld door een apparatsjik in Peking die beleggers uit hun slaap houdt.[4] 
Synoniemen

Gangbaarheid

37 % van de Nederlanders;
32 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen