allergrootst
Uiterlijk
- Geluid: allergrootst (hulp, bestand)
- IPA: / ɑlərˈɣrotst / (3 lettergrepen)
- al·ler·grootst
- intensiverende samenstelling van aller "genitief van het onbepaald voornaamwoord al" en grootst "overtreffende trap van het bijvoeglijk naamwoord groot" [1]
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | allergrootst | ||
| verbogen | allergrootste |
allergrootst
- zo heel erg groot dat het nog groter niet denkbaar is
- ▸ Nog een lijn die refereerde aan haar allergrootste verdriet kon te veel van het trieste zijn.[2]
- overgroot, reuzegroot, supergroot
- Het woord allergrootst staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "allergrootst" herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 97 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ “All-inclusive”
(2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht
, ISBN 90-229-9182-2 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Intensivering in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 97 %
- Prevalentie Vlaanderen 97 %