alchemist
Uiterlijk
- al·che·mist
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | alchemist | alchemisten |
| verkleinwoord | alchemistje | alchemistjes |
de alchemist m
- iemand die de alchemie beoefent
- ▸ Ze had bladgoud altijd beschouwd als de droom van een alchemist, een gevangen zonnestraal.[2]
- mannelijke vorm van alchemiste
- Het woord alchemist staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "alchemist" herkend door:
| 95 % | van de Nederlanders; |
| 94 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ alchemist op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Jessie Burton (vert.Marja Borg)“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ist in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 95 %
- Prevalentie Vlaanderen 94 %