afwijkend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·wij·kend
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen afwijkend afwijkender meest afwijkend
verbogen afwijkende afwijkendere meest afwijkende
partitief afwijkends afwijkenders -

Bijvoeglijk naamwoord

afwijkend

  1. niet normaal, meestal in negatieve betekenis
    De jongen vertoonde afwijkend gedrag en werd door de meester uit de groep gehaald.
    Hij kan er niets afwijkends in ontdekken.
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
afwijken

afwijkend

  1. onvoltooid deelwoord van afwijken