afwijkend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·wij·kend
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen afwijkend afwijkender afwijkendst
verbogen afwijkende afwijkendere afwijkendste
partitief afwijkends afwijkenders -

Bijvoeglijk naamwoord

afwijkend

  1. niet normaal, meestal in negatieve betekenis
    • De jongen vertoonde afwijkend gedrag en werd door de meester uit de groep gehaald. 
    • Hij kan er niets afwijkends in ontdekken. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
afwijken

afwijkend

  1. onvoltooid deelwoord van afwijken

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.