afvinken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·vin·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afvinken
vinkte af
afgevinkt
zwak -t volledig

Werkwoord

afvinken

  1. overgankelijk met een V-tje markeren als iets gecontroleerd en goed bevonden is
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie