afsluitdijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Afsluitdijk


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·sluit·dijk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afsluitdijk afsluitdijken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

afsluitdijk m

  1. (waterstaat) dijk tot het afsluiten van een stromend water of een binnenzee
    • Er waren twee mogelijkheden om de Lauwerszee af te sluiten: het ophogen van de omliggende zeedijken of het aanleggen van een afsluitdijk. [2]
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

Verwijzingen