afrodisiacum

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • afro·di·si·a·cum
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘geslachtsdrift stimulerend middel’ voor het eerst aangetroffen in 1824 [1]
  • uit het Latijn[2]
enkelvoud meervoud
naamwoord afrodisiacum afrodisiaca
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

afrodisiacum o

  1. (seksualiteit) een middel dat de geslachtsdrift stimuleert


Gangbaarheid

74 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen