afpennen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·pen·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afpennen
pende af
afgepend
klasse 1 volledig

Werkwoord

afpennen

  1. overgankelijk overschrijven
    • Die luie leerlingen hebben hun huistaak iedere keer opnieuw afgepend. 
Synoniemen

Gangbaarheid

51 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.