afmelding

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·mel·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afmelding afmeldingen
verkleinwoord afmeldinkje afmeldinkjes

Zelfstandig naamwoord

afmelding v

  1. een melding van iemands afwezigheid of vertrek
    • Bij afmelding tot vijf weken vóór aanvang van de cursus wordt €15 administratiekosten in rekening gebracht. 
Antoniemen
Hyponiemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.