afmattend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·mat·tend
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen afmattend afmattender afmattendst
verbogen afmattende afmattendere afmattendste
partitief afmattends afmattenders -

Bijvoeglijk naamwoord

afmattend

  1. bijzonder vermoeiend
    • Hij kreeg een afmattend klasje toegewezen. 
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
afmatten

afmattend

  1. onvoltooid deelwoord van afmatten

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.